18 jan
  • By Femke Feddema
  • Cause in

Oproep: Wat was dit voor evenement?

Het bestuur heeft een ingezonden brief gekregen van Hielke de Groot. Voormalig bewoner in Oud Oost. Wie zou meneer de Groot kunnen helpen? Wij zijn zelf ook erg benieuwd na het lezen van dit verhaal.

Geachte redactie,

Ik ben al een tijd bezig met een speuractie naar een evenement wat plaatsvond op het Cambuurplein omstreeks 1958/1959. Ik zoek een podium om mijn verhaal te publiceren om, nu het nog mogelijk is, tijdgenoten te kunnen vragen welk evenement zich toen heeft afgespeeld en of er nog (bewijs-) materiaal van is, of desnoods herinneringen van mensen uit die tijd, ter completering van onderstaand verhaal en eventueel als aanvulling. Tevens kan het als bewijs dienen dat ik het niet gedroomd heb. Een reactie die ik soms al te vaak kreeg te horen.

Ik moet 4 of 5 jaar oud zijn geweest en woonde met mijn broers en zus en ouders in de F.C. Dondersstraat, een zijstraat van de toenmalige Linnaeusstraat, toen nog een beschaafde straat. Bij de Marathonstraat lag achter het hoofdveld van de voorloper van S.C. Cambuur nog een sintelbaan, vaak bewaakt door Arie en roemrucht figuur uit die tijd en die woonde in de Insulindestraat. Vaak was hij  behulpzaam bij de opbouw van de Lunatokermis en hij kon ontzettend hard kon lopen als je probeerde als kind over het hek te klimmen van het Cambuurstadion en je hem vervolgens achter je aan kreeg;  Goh, wat kon die man hard lopen. (“Gekkie Arie” van het Draaiorgel, schelden we hem altijd uit).

Het was 1958/1959 en mijn ouders stuurden mij en de broertjes en/of zusje de buurt in, om boodschappen te doen. Bijvoorbeeld kruidenier Van der Goot in de Schoppershofstraat of de kruidenier aan de Ruyterweg of bij Piet Katje op de kop van het Cambuursterpad. In die tijd, als je dan wat kocht kreeg je bij bepaalde producten, zegeltjes, die je kon sparen voor een evenement wat later in het jaar zou plaatsvinden.

De spaarzegels werden dan door mijn ouders weken van te voren verzameld. Het ging dan om producten als Castella zeeppoeder maar ook om Bloker cacao en Droste met de bekende pleegzuster bloedwijn.

Die had dan een dienblad met daarop ook weer een pak Droste cacao, met daarop ook weer een dienblad en dat ging zo maar door. Als kind werd ik voor de eerste keer geconfronteerd met de oneindigheid (?) en hoe klein kon je nog een beeldje afdrukken zonder te vervagen.

De wereld vraagstukken van een kind van 4/5 jaar in die tijd. Als je dan genoeg zegels had gespaard, kon je met die zegels naar het Cambuurplein, alwaar het paarden evenement met de koetsen en paardentrammen plaatsvond, vervolgens  aansluiten in een van de lange wachtrijen onder stalen poorten en tussen stalen hekken en als je dan aan de beurt was overhandigde je die zegels aan de koetsier en mocht je gratis mee.

Dit verhaal heb ik onlangs nog even geverifieerd bij mijn oudere zus, want die was samen met mij mee. Ze mocht voorop de bok zitten, naast de koetsier en ik ook. We reden door de Linnaeusstraat en mijn zusje van 13 jaar werd uitgescholden voor Roomse Paap. (we waren met ons zevenen een Katholiek gezien) Een buurman bouwde zijn boot nog in de tuin aan de F.C. Donderstraat waar wij dus ook woonden.

Misschien was dit wel de voorloper van de asociale buurt die het later zou worden, maar ach, je was een kind en wist niet beter, zou Wim Sonneveld zeggen.

Enfin, ik heb mijn zus gevraagd waar mijn ouders en wij, de kinderen, die producten kochten. Het was de tijd van de buurtwinkeltjes. (Het was een of twee jaar na de lancering van de spoetnik waar iedereen het over had in die tijd.)

Een van de winkels was Rinsma aan de Ruyterweg. De stoep verbrede zich aldaar en er stond een groot fietsenrek voor de winkel. Even verderop had je de lolliekapper. Op de kop van het Cambuursterpad, gerekend van de Ruyterweg, woonde Piet Katje., een kruidenierswinkel.(later ijzervlechter)

Ik zie aldaar nog het raamkozijn omhoog schuiven om een ijsco te kunnen kopen. De IJsbeer kwam later pas langs met die witte ijskarretjes. De ijzeren staaf werd dan uit het water gehaald, een rol ijs werd tevoorschijn getoverd, ontwikkeld van zijn papieren jasje en de ijzeren staaf met uitstekende puntjes werd op de ijscostaaf gedrukt. Zo werd de onderlinge afstand tussen de ijsco’s bepaald. “doe mij maar een van “un dubbeltsju”, en dan kreeg je zo’n dun hap-slik weg ijscootje, wat dus niks voorstelde. Maar geld voor meer was er niet, want immers een groot katholiek gezin. De voddenman kwam langs. Een van mijn oudere broers ritste alle jassen van de kapstok en toog achter de voddenman aan. Hij blij, want hij kreeg een ballon. Mijn moeder was niet blij en spurtte achter de voddenman aan om die jassen weer op te eisen. Terhenne, de petrolieman kwam langs de deuren met een groene kar, voorgetrokken door een klein wit paardje. Het orgel “De Gouwe” ook voorgetrokken door twee camel kleurige paarden reed wekelijks door de straat. “Mag ik achterop sitte orgelman?’’ , was steevast de vraag. En als je geluk had, lagen er niet al te veel orgelboeken meer en kon je even mee liften naar het volgende huis, 25 meter verderop waar hij dan weer even stopte. Het was een wereldgebeurtenis in je leven als je dat had bewerkstelligt en dan kon je opscheppen tegenover je vriendjes die het lekker niet was gelukt. Je maakte een “karre” met de wielen van een oude kinderwagen als onderstel. Met je voeten stuurde je het voorste plankje en je haalde oude kranten op en bracht dat naar de papieropkoper. Van de centen maakte je zelf een vlieger van twee latjes en gekleurd papier. De staart was van touw met een pluk gras op het einde. En dan maar “post” versturen langs het touw omhoog. Briefjes om het touw heen gevouwen en met een afgebrand luciferhoutje er omheen om de boel bij elkaar te houden. De wind blies dan het papiertje naar boven, naar de vlieger toe. Wij noemden de vlieger toen “draken”. Kapper Feddema had je ook aan het Cambuursterpad. Aan dezelfde straat had je 3 sigarenwinkels. Goedemoed was er een van. Op het kruispunt met de Tjerk Hidddestraat was er ook een. Aan de andere kant van dat kruispunt had je een soort postkantoor. Die verkocht trouwens ook ondergoed. (beetje vreemde combinatie). De Coöperatie had je dan in de Linnaeusstraat. Zoer, de spaarbank, Jamin en De Gruyter (snoepje van de week) moesten nog gebouwd worden.

Ik heb nog gespeeld met mijn oranje kraan met witte rupsbanden in het zand wat later de stoep zou worden van de Linnaeusstraat aan de kant waar die winkels zouden worden gebouwd. Ik ruik nog de geur van zeeppoeder bij Van der Goot in de Schoppershofstraat. “De Favoriet” was een mysterieuze winkel in de Bote van Bolsertstraat. Een oudere man met een vergeelde stofjas en een altijd brandende sigaar in zijn hoofd voerde aldaar de scepter. Samen met zijn vrouw bestierde hij de winkel. Ik meende dat hij Alberda heette. We moesten dan boeken ruilen voor mijn vader. Meestal cowboyboeken. Ik denk dat het een soort bibliotheek is geweest. Later werd er een garage gebouwd en een benzinepomp. (?) Je kon in die winkel ook stroopsoldaatjes kopen en zoethout voor een stuiver. Mijn vriendje had het lef om als “die brandende sigaar ” met de rug naar je toe stond, een greep in een van die potten te doen. Een soort opgeblazen liggende weckfles, maar dan zonder zo’n irritant oranje elastiekje om de hals. De flessen lagen op hun buik met de opening van je af gedraaid. Dus je had een bepaalde tactiek, snelheid en souplesse nodig om iets te gappen in de tijd dat hij met de rug naar je toe stond. Het moeilijkste was dan om de fles weer terug te draaien in de juiste positie zonder dat die “sigaar” iets in de gaten kreeg. Maar verdorie, het lukte hem. (mijn vriendje dan)

Je kon nog over de hekken klimmen van Cambuur zonder dat je die vieze witte kleefpasta aan je kleren kreeg. Soms kreeg je de “oppasser” achter je aan:” gekke Rinse”, goh, wat kon die man hard lopen. Niet te verwarren met “Gekke Arie” van het draaiorgel. In het begin kon je je nog verstoppen in die betonnen pishokjes (wat een meur in die hokjes) maar dat had ie snel door. Als er dan Lunatokermis was had dezelfde knakker ook altijd een mysterieuze functie bij de kermismensen. Helpen bij het op bouwen van de Rups of De Hobbelende Geit. Ik zie nog de schuitjes (bootjes) heen en weer zwieren aan lange stalen pennen. Een enorme  ovale spiegel voor een nog groter roze/rood gordijn (verbleekt?) vormde de achtergrond. De punten van die bootjes reikten dan tot aan het plafonddoek. (blauw)

Kortom, in die tijd en ambiance speelde zich het evenement af in de jaren 1958 of 1959. In ben wat afgedwaald, ik weet het en liet me even mee voeren door mijn geest die weer even opbloeit als ik terug denk aan die tijd.

Mogelijk levert dit verhaal aanknopingspunten op voor mensen die dit herkennen en mogelijk mij verder op weg kunnen helpen om de vraag te beantwoorden: wat was dit voor evenement en zijn er ook foto’s van?

 

Adresgegevens  van meneer de Groot zijn bij het bestuur bekend. U kunt uw reacties mailen naar Femke Feddema webmaster@aedlevwerd.nl

 

Femke Feddema